Waarom je brein kansen ziet of mist – Programmeer je RAS
Je kent het vast. Je denkt een paar dagen na over het kopen van een barbecue en ineens zie je ze overal. In tuinen, in winkels, op advertenties die er gisteren ook al waren, maar die je toen niet zag. Hetzelfde gebeurt met kinderwagens, auto’s of sportschoenen. Het voelt bijna alsof de wereld zich ineens aanpast aan jouw gedachten.
Dat doet hij niet.
Je brein wel.
Elke seconde komt er een overweldigende hoeveelheid informatie op je af. Geluiden, beelden, beweging, gesprekken, details. Als alles tot je bewustzijn zou doordringen, zou je compleet overprikkeld raken. Daarom filtert je brein continu. Wat wel binnenkomt en wat niet, wordt grotendeels bepaald door een klein gebiedje diep in je brein: het Reticulair Activatie Systeem, kortweg het RAS.
Dat systeem werkt als een uitsmijter. Het laat alleen binnen wat volgens jouw brein relevant is. Alles wat niet past bij wat jij belangrijk vindt, verwacht of zoekt, blijft buiten.
Het interessante is dat dit filter geen vaststaand gegeven is. Het reageert op waar jij je aandacht op richt. Denk je aan barbecues, dan krijgt alles wat daarmee te maken heeft voorrang. Niet omdat er ineens meer barbecues zijn, maar omdat je brein heeft besloten: dit is nu belangrijk.
Veel mensen laten dat filter onbewust draaien. Hun aandacht wordt gestuurd door zorgen, vage wensen of herhalende gedachten. Wie zich langdurig somber voelt, ziet vooral bevestiging dat de wereld tegenzit. Wie denkt dat iets toch niet gaat lukken, ziet vooral obstakels. Het brein doet precies wat het moet doen: het levert bewijs voor wat jij al gelooft.
Maar je kunt dat filter ook bewust instellen.
Op het moment dat je een concreet doel formuleert, verandert wat je brein doorlaat. Niet door positief te denken of iets te manifesteren, maar door helder te maken waar je naartoe wilt. Iemand die zegt “ik wil ooit een boek schrijven” zet zijn brein nauwelijks aan het werk. Iemand die besluit “mijn volgende boek gaat hierover” merkt dat de wereld ineens vol zit met ideeën, voorbeelden en invalshoeken. Die waren er gisteren ook al, maar kwamen toen niet door het filter.
Het gaat niet om méér informatie. Het gaat om betere signalen.
Door regelmatig stil te staan bij wat je belangrijk vindt en dat expliciet te maken, help je je brein kiezen. Je vraagt het RAS om minder ruis door te laten en meer relevante prikkels. En precies daar ontstaat focus, richting en vaak ook beweging.
Je brein is geen magneet die dingen aantrekt.
Maar het bepaalt wel wat jij ziet.
En dat maakt het verschil tussen verdwalen in complexiteit of scherp blijven op wat er werkelijk toe doet.





