Zes lessen van meestertrainer Remco Claassen
Ik moet eerlijk bekennen dat er een flinke dosis bewondering meespeelde bij deze aflevering. Jaren geleden las ik al zijn boeken, en zo'n vijftien jaar terug zat ik bij hem in de zaal. Inmiddels stond ik zelf als spreker op datzelfde podium bij Denk Producties, op de dag over de Psychologie van het Overtuigen, en daar kwamen we elkaar tegen. Niet meer als fan en idool, maar als twee sprekers tussen de sprekers. Toen bleek bovendien dat hij mij ook kende, want hij volgde de podcast. Het kon eigenlijk niet anders dan dat we samen in de studio zouden belanden, en ik ben oprecht vereerd dat hij de tijd nam om langs te komen.
Remco Claassen staat ruim dertig jaar voor de grootste en moeilijkste zalen van Nederland, en hij is na al die jaren nog steeds met evenveel passie aan het werk. In deze aflevering van No More Boring Learning praat ik met hem over wat hem zo scherp houdt en, belangrijker nog, over wat zijn aanpak zo anders maakt dan de gemiddelde training. De rode draad: het verschil zit niet in wat je weet, maar in hoe je het binnenbrengt. Zes lessen voor iedereen die anderen iets wil leren.
Les 1: vorm gaat boven content
Claassen noemt zichzelf een nieuwsgierige verzamelaar die nonstop kennis tot zich neemt. Toch is dat naar eigen zeggen niet de basis van zijn succes. Wat hij weet, weten honderdduizend anderen ook. Het verschil zit in de vorm: de manier waarop je de inhoud zo bij mensen naar binnen werkt dat ze er later iets mee doen, in plaats van het alleen te snappen in jouw aanwezigheid. Dat snappen in jouw aanwezigheid noemt hij ouderwetse didactiek. De echte uitdaging is binnenkruipen in de vezels van mensen, zodat het beklijft en transfer oplevert. Goed nieuws voor trainers: die vorm is geen talent, maar een vak dat je kunt leren en oefenen.
Les 2: ontwerp vanuit de deurknop
De krachtigste werkvorm uit het gesprek is wat Claassen de deurknoptest noemt. Stel je voor dat je na afloop van je training, pitch of les bij de deurknop staat en de deelnemer twee vragen stelt. Eerst: wat vond je ervan? Daarop antwoordt de amygdala, het emotionele brein, met iets als ik vond het gaaf of ik heb honger. Daarna de tweede vraag: waar ging het over, wat neem je mee? Daar krijg je meestal twee tot vier zinnetjes terug. En precies die zinnetjes zijn je doelstelling.
Het punt is dat je ontwerp daar pas begint. Begin met het eind in gedachten, en kies dan pas welke inhoud, werkvormen en context je nodig hebt om dat resultaat te bereiken. In plaats van een braindump van alles wat je weet, werk je gericht naar wat de deelnemer moet voelen en zeggen. Praten met voorbedachte rade, noemt Claassen dat. Alleen al dit principe zou volgens hem voor heel veel sprekers een enorme sprong betekenen.

Les 3: maak NAL's, geen datadumps
Waarom werkt vorm zo sterk? Claassen leunt op de neurofysiologie. Hij spreekt over NAL's, neuro-associatieve links: alles wordt gekoppeld opgeslagen, een emotie samen met een dotje informatie. Hoe intenser de emotie, hoe sterker die koppeling. Dat verklaart waarom traumatische ervaringen zo diep verankerd raken, maar je kunt hetzelfde mechanisme bewust inzetten om leerstof te laten beklijven. De snelle verbinding tussen het emotionele en het rationele brein werd in 1997 beschreven door Joseph LeDoux.
De praktische vertaling: een deelnemer kan maar een handvol dingen tegelijk vasthouden. Geef vijf handen en bij de zesde ben je de eerste alweer kwijt. Wie vanuit pure passie data blijft sproeien, maakt geen NAL's en martelt zijn publiek. Ontwerp daarom als een filmmaker die scenes bouwt die mensen nooit meer vergeten, met een paar bewust ontworpen emotionele pieken per programma in plaats van een eindeloze opsomming.
Les 4: deel nooit het podium met iets dat meer licht geeft dan jij
Een mooie regel die Claassen meegeeft over hulpmiddelen: deel nooit het podium met iets dat meer licht geeft dan jezelf. Dat betekent niet dat je geen beamer of filmpjes mag gebruiken. Claassen heeft er zelf een stuk of acht in zijn training zitten. Het gaat erom dat je de regie houdt. Hij kondigt een filmpje nadrukkelijk aan, bouwt het op als iets bijzonders, en pakt daarna bewust het podium weer terug. Zo blijft de aandacht bij jou en wordt het hulpmiddel een versterking in plaats van een concurrent.
Les 5: blijf nieuwsgierig en jat eerlijk
Wat Claassen door de jaren scherp houdt, is pure nieuwsgierigheid, gevoed door enthousiasme en irritatie over wat hij mis ziet gaan. Zijn methode is simpel: zoek de besten in een vakgebied en doe ze na. Hij noemt zichzelf een grote dief, maar wel een eerlijke, want hij vertelt altijd van wie hij iets heeft. Die bronvermelding rechtvaardigt het lenen en laat anderen de oorspronkelijke bron checken.
Daarbij ligt een valkuil op de loer die juist passievolle vakmensen treft: als je te veel weet, ga je weer alles willen vertellen. Een interessante observatie uit het gesprek is dat veel leiderschapsinzichten schaalbaar zijn. Of het nu gaat om een bank met tienduizenden medewerkers, een klein team of een relatie, de onderliggende wetten veranderen nauwelijks. Dat maakt goede bronnen breed toepasbaar.
Les 6: maak het je eigen via zelfkennis
De laatste les gaat dieper dan techniek. Claassen gelooft dat je inhoud pas echt kunt overbrengen als je hem hebt verbonden met je eigen geleefde ervaring. Verdriet, angst, pijn en geluk maken je verhalen intenser en daarmee geloofwaardiger. Mensen voelen of je iets echt weet, en dan kom je binnen. Authenticiteit is een ongrijpbaar begrip, maar het wordt voelbaar zodra je publiek merkt dat jij weet waar je het over hebt.
Zijn concrete advies om scherp en levend te blijven, is misschien verrassend: ga in therapie. Hoe beter je jezelf doorgrondt, hoe scherper je zicht op je passie en talenten, en hoe gerichter je je eigen energie kunt voeden. Focus ontstaat volgens hem door zelfkennis. Je komt daar niet met een spiegeltje en een wandeling in je eentje doorheen.
Tot slot
De rode draad door het hele gesprek is bijna ontnuchterend simpel: het leven en het trainersvak vragen koers. Wie ben je, wat wil je, en hoe krijg je invloed op een ander, niet via modellen en slides alleen, maar via vorm? De inhoud heb je waarschijnlijk al. Vertrouw daarop, richt je op de vorm, ontwerp vanuit de deurknop en maak NAL's. En blijf, juist in een vak dat over leren gaat, vooral zelf leren.
LinkedIn van Remco
Website van Remco
Boek kijken/ kopen van Remco bij Managementboek






